Januari

Mensen die durven leven met vallen en opstaan

Wie ben ik?
In de zakelijke start-up wereld is één van de belangrijkste principes die van ‘trial-and-error’. Je moet fouten maken om te leren. Van oudsher is de kerk erg gefocust op het niet maken van fouten; heilig leven. De Bijbel vertelt ook andere verhalen. We zijn beminde fouten makers. Keer op keer blijkt weer: God slaat met kromme stokken rechte slagen!

Waarvoor zijn we hier?
Volgelingen van Jezus zijn geroepen uit genade te leven. Dat betekent dat we durven vallen én opstaan. Jezus keek keer op keer door een genadebril naar mensen. Ook zijn volgelingen leven dat uit. In de nieuwe gemeente van Antiochië was nog veel mis (er werd veel gevallen), maar Barnabas verheugt zich en ziet de genade van God. Laten we onszelf oefenen in het kijken naar wat er is, in plaats van wat er nog mist.

Volgende stap:

Doen
In december hebben we veel gezellige avonden met familie en vrienden, en in januari valt het stil. Nodig allemaal tenminste één niet-gelovige buurman/vriend/collega/oid uit voor een maaltijd met de kring/groep.

Vragen
– Reageer eens op de stelling: In onze gemeente kijken we naar jonge gelovigen door een genadebril.
– Als je naar jezelf kijkt welke bril heb je op?
– Welke bril zet jij van nature op: de genadebril of de oordeelbril? En wat zegt de wijze waarop jij naar andere mensen kijkt over de staat van jouw hart?
– Door welke bril wordt in onze gemeente/netwerkgroep/kring vooral naar mensen gekeken?
– Wat valt je op aan de manier waarop Jezus naar mensen en situaties keek?
– Op welke wijze kunnen wij naar andere mensen kijken door een genadebril, zonder de genade goedkoop te maken? (Tip: Google op Bonhoeffer en ‘goedkope genade’)
– Neem een ogenblik de tijd om na te denken over een persoon in jouw omgeving die extra genade nodig heeft.
– Wat zou jij de komende week kunnen doen om deze persoon genade te betonen?
– Op welke wijze zou jij deze persoon kunnen helpen om verder te groeien?

Bijbelteksten
Lukas 2,34; Lukas 9,24-25; Johannes 12,24-25; Johannes 15,1-8; Handelingen 11,23